|
Auteur: Marc Vooges |
Gepost op: 31.01.2012 |
| Wie: Directeur Humana | |
|
Toen ik eind 2009 directeur werd van Humana, was één van de vragen die ik had: gaat het op de markt brengen van tweedehands kleding in Afrika niet ten koste van de lokale bedrijvigheid en industrie? Deze, legitieme, vraag krijgt Humana vaker. Graag leg ik dan ook uit hoe het zit. Humana zamelt al 25 jaar kleding in in Nederland. Humana heeft hiermee een eigen duurzame business om fondsen te werven. Het merendeel wordt verkocht aan de handel in Nederland en de rest van Europa. Hiermee verdient Humana geld om duurzame projecten in zuidelijk Afrika te ondersteunen. Een kleiner deel, maar toch nog zo’n 10% van de ingezamelde kleding, wordt in samenwerking met S(ociale)W(erkplaats)-organisatie Alescon in Assen gesorteerd voor de Afrikaanse markt. Deze kleding wordt verscheept naar partner-organisaties van Humana in Angola en Zambia. Daar wordt het in winkels of via handelaren verkocht, de opbrengst gaat ook hier naar ontwikkelingsprojecten in die landen. Chinees versus westers textielTweedehands kleding maakt maar 0,5 % van de totale wereldhandel in kleding uit. In veel Afrikaanse landen ligt dit percentage echter veel hoger. Er zijn landen waar tweedehands kleding circa 30 % van de totale kledingimport uitmaakt... De concurrerende import komt vaak uit Azië (China). Uit onderzoek* blijkt dat in Senegal (West-Afrika) niet zo zeer de geïmporteerde tweedehands kleding uit het Westen, maar de goedkope kleding uit China de lokale textielmarkt kapot heeft gemaakt. Maar de hoofdreden voor de terugval van de lokale kledingindustrie in Senegal lag niet zozeer in de import van kleding, maar in de slechte infrastructuur, het gebrek aan materiaal, slechte productiefaciliteiten, geen toegang tot kapitaal, en gebrek aan voldoende kennis en vaardigheden. In andere West-Afrikaanse landen waar geen tweedehands kleding wordt geïmporteerd, is het ook bergafwaarts gegaan met de lokale kledingindustrie. Ook dat kwam vooral door deze oorzaken, en veel minder door de import van goedkoop Chinees textiel. Werkgelegenheid door kledingIn de landen waar Humana haar kleding afzet (Humana levert de kleding niet gratis) is Chinese import eveneens een geduchte tegenhanger. Anders dan in veel West-Afrikaanse landen, was de Zambiaanse en Angolese kledingindustrie niet geweldig groot tijdens de introductie van de tweedehands kleding op de markt.** In Zambia en Angola zorgt de import van tweedehands kleding voor veel werkgelegenheid in de transportsector, de logistiek en in de detailhandel (winkels en marktkooplui), en sinds kort ook voor kleermakers die via door Humana gesteunde projecten worden opgeleid. Africa Interactive maakte voor Humana een reportage over de verkoop van tweedehands kleding door partnerorganisatie DAPP Zambia en de positieve effecten daarvan. Kortom, de Nederlandse tweedehands kleding heeft de lokale kledingindustrie in Zambia en Angola niet de das omgedaan. De import voor deze gewilde kleding heeft juist gezorgd voor werkgelegenheid. En op de vraag of de westerse kleding de traditionele kleding (inclusief kleinschalige productie) van de markt heeft geveegd, kom ik graag een volgende keer terug. * The impact of the second-hand clothing trade on developing countries van Sally Baden en Catherine Barber, Oxfam, september 2005. |
| JOUW REACTIE |




